Boekenliefde

Vertalers aan het woord | Maria Postema & Elise Kuip

Meer en meer probeer ik mijn categorie ‘Speeddaten met…‘ uit te breiden met niet alleen auteurs. Deze keer laat ik twee vertalers aan het woord die ons iets meer kunnen vertellen over het vak. Deze keer aan het woord: Maria Postema & Elise Kuip!

Laat ons maar meteen van start gaan!

Duo interview

Om dit artikel te beginnen gaan we heel simpel starten: Kan je jezelf even voorstellen?

Ik ben Elise Kuip, ik ben dertig jaar en woon (sinds heel kort!) in Leiden. Ik ben ondertussen al zeven jaar boekvertaler en heb in die tijd van alles vertaald: thrillers, chicklits, een biografie over een Syrische zwemster en flink wat YA’s – dat vind ik stiekem het allerleukst. In mijn vrije tijd ben ik veel te vinden in de sportschool – al sla ik een avondje Netflix met mijn vriend ook zeker niet af.

Ik ben Maria Postema, 39 jaar, en ik woon in Utrecht (Nederland). Ik heb hier in Utrecht Engelse Taal en Cultuur en Film- & Televisiewetenschappen gestudeerd en vertaal inmiddels alweer zo’n vijftien jaar boeken van het Engels naar het Nederlands. Ik vertaal vooral jeugdboeken en YA, zoals De Hongerspelen, Divergent, Twilight, Gone, Iskari, de boeken van Jason Reynolds en nog veel meer. Daarnaast heb ik ook twee avonturenromans voor jongeren geschreven (Dertiendagh en Het Oog van de Dageraad, samen met Maarten Bruns, verschenen bij uitgeverij Leopold) en voor Blossom Books een bewerking van Frankenstein gemaakt. Als ik niet aan het vertalen of schrijven ben, zit ik vaak achter mijn drumstel (in de band Le Garage) of in de bioscoop.

Wanneer ben je begonnen met vertalen of wat was je eerste vertaling?

(Elise) Mijn eerste vertaling was Notities van een beter leven van Alina Simone, in 2013. Tijdens mijn opleiding Literair vertalen (in oprichting) in Utrecht heb ik een talentbeurs gewonnen, waardoor ik hierbij kon worden begeleid door Tjadine Stheeman. Superfijn, want zo’n eerste vertaling is best spannend.

(Maria) Een van mijn allereerste opdrachten, vrijwel direct na mijn afstuderen, was Twilight! Of een deel daarvan, beter gezegd. De redactrice van de uitgeverij waar Twilight destijds werd uitgegeven (niet Best of YA, die hebben het later overgenomen) vertaalde het boek zelf en kreeg het niet af. Toen mocht ik inspringen voor het laatste gedeelte – een geweldige kans natuurlijk als beginnend vertaler! De andere boeken in de serie heb ik vervolgens wel helemaal vertaald.

Kan je een aantal leuke en minder leuke zaken aan vertalen opsommen?

(Elise) Het leuke aan vertalen vind ik de afwisseling: elke paar maanden duik je weer in een nieuwe wereld met nieuwe personages, waarvan je sommigen echt in je hart sluit. Ook het feit dat je je eigen tijd kunt indelen vind ik heel fijn – niet dat ik elke week tot midden in de nacht doorga, maar het is prettig om de ruimte te hebben een keertje op een doordeweekse middag af te spreken met een vriendin of een ochtendje te gaan sporten.

Minder fijn vind ik de eenzaamheid: je zit toch de hele dag in je eentje achter je laptop, een praatje bij de koffieautomaat is er niet bij. Ik heb het vertalen daarom ook een tijdje gecombineerd met kantoorwerk en zit tegenwoordig een of twee keer per weer op een cowerkplek met andere zzp’ers.

(Maria) Ik vind het geweldig dat je als vertaler de hele dag met taal en boeken bezig mag zijn, iets wat ik denk ik echt het allerliefste doe. Elk boek is anders en stelt je als vertaler weer voor andere uitdagingen (op het gebied van stijl, woordspelingen, dingen die je moet opzoeken, taalgebruik etc) en ik vind het heerlijk om me daarin vast te bijten en ervoor te zorgen dat de Nederlandse editie op geen enkel vlak onderdoet voor het origineel.

Minder leuk vind ik dat sommige mensen niet beseffen hoeveel tijd, liefde en aandacht vertalers in een boek stoppen en denken dat vertalingen minder goed of volledig zouden zijn dan de oorspronkelijke editie. Wij doen er juist alles aan om ervoor te zorgen dat je echt alles meekrijgt in het Nederlands en het is soms jammer dat vertalers wat dat betreft een beetje onzichtbaar zijn.

Hoe ziet jouw werkdag er uit tijdens een vertaalopdracht?

(Elise) Ik begin graag redelijk vroeg, zo rond een uur of acht. ’s Ochtends ben ik het productiefst, dus ik ga vaak hard door tot de lunch. Daarna zakt het een beetje in en stop ik het liefst rond een uur of drie, vier. Dan is het tijd voor ontspanning: de sportschool, een rondje wandelen of even met een boek op de bank. Uiteraard kan dat niet bij elke vertaling, maar in een ideale wereld ziet mijn dag er zo uit.

(Maria) Meestal ga ik ’s ochtends eerst een uurtje sporten of yoga’en en daarna door naar het kantoor dat ik deel met andere freelance vertalers en tekstschrijvers. Ik probeer zo veel mogelijk kantooruren aan te houden om te voorkomen dat ik dag en nacht zit te werken (al komt dat bij een krappe deadline ook weleens voor…). Ik zit dus een groot deel van de dag achter mijn computer te typen. Vertalen is ook een kwestie van heel veel opzoeken, dus ik struin vrijwel dagelijks het internet af, en daarnaast ga ik regelmatig naar de bibliotheek of vraag ik experts om raad om zeker te weten dat ik bij bepaalde onderwerpen de juiste Nederlandse termen hanteer.

Welk boek had je graag zelf vertaald?

(Elise) Ik vond Station Elf van Hillary St. John Mandel (vertaald door Astrid Huisman) echt fantastisch, dat had ik wel heel gaaf gevonden. En het is nog steeds mijn droom om de volgende roman van John Irving te vertalen. 

(Maria) Ik ben een groot fan van Donna Tartt en ik zou het geweldig gevonden hebben om The Secret History te vertalen, een van mijn absolute lievelingsboeken. Maar ik vind dat ik verder niet mag klagen met de boeken die ik al heb vertaald, hoor!

Vaak worden er voor boeken twee vertalers ingezet. Hoe gaat dit precies in zijn werk?

(Elise) Het is vooral hard werken! De deadline was heel strak, vandaar dat Maria mij erbij heeft gevraagd, maar ik vond het ontzettend gaaf om te kunnen meewerken aan zo’n bekende serie (Midnight Sun). Door die krappe deadline hebben Maria en ik uiteindelijk vrij weinig contact gehad tijdens het vertalen, daar was geen tijd voor. Wel hebben we aan het einde overlegd over bepaalde termen, zodat die door het hele boek heen op dezelfde manier vertaald zouden zijn. Ook de uitgever heeft het hele boek doorgelezen en hier en daar met onze goedkeuring iets aangepast om ervoor te zorgen dat de lezer niet merkt dat er twee verschillende vertalers aan het werk zijn geweest.

(Maria) Het was voor iedereen – ook voor de uitgeverij – een grote verrassing dat Midnight Sun werd aangekondigd, dus we moesten alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat de Nederlandse editie gelijk met de Amerikaanse kon verschijnen. Toen het manuscript binnenkwam (meer dan 600 pagina’s!) besefte ik al snel dat ik dat in mijn eentje nooit op tijd af zou krijgen. Daarom heb ik Elise erbij gevraagd – ik kende haar van haar andere YA-vertalingen en gelukkig had zij tijd (en zin!) om mee te doen. Vanwege de tijdsdruk hebben we het boek vrij oneerbiedig gewoon in tweeën gehakt en zijn we allebei in een sneltreinvaart gaan vertalen. We hebben wel contact gehad over bijvoorbeeld de vertaling van bepaalde termen, maar er was geen tijd om uitgebreid op elkaars stukken in te gaan. 

Heb je een voorbeeld, iemand die je op taalvlak inspireert of geïnspireerd heeft?

(Elise) Nou, stiekem is Maria wel een voorbeeld voor me! Zij heeft zulke gave projecten gedaan en treedt als vertaler ook heel erg op de voorgrond, terwijl de meeste vertalers vrij ‘onzichtbaar’ zijn. Ook Nicolette Hoekmeijer vind ik hier het noemen waard. Zij is niet alleen een geweldige vertaler, maar ook een fijne docente en gewoon een heel leuk mens.

(Maria) Ik heb altijd grote bewondering gehad voor Huberte Vriesendorp, die onder andere de boeken van Roald Dahl naar het Nederlands heeft vertaald. Toen ik ergens in mijn tienerjaren The BFG van Roald Dahl in het Engels las en besefte dat dat een baan was – van een Engels boek een Nederlands boek maken – wist ik dat ik jeugdboekenvertaler wilde worden. Daarnaast vind ik de boeken van Terry Pratchett ongelooflijk goed vertaald. Humoristische fantasy is misschien wel het moeilijkste wat er is en Ruurd en Mieke Groot zijn daar (onder het pseudoniem Venugopalan Ittekot) altijd weergaloos in geslaagd.

Heb je nog een leuke anekdote voor de lezers uit je vertaalcarrière?

(Elise) Ik heb David Arnold ooit gewezen op een fout in De Kids of Appetite, die ik toen na overleg met hem heb gecorrigeerd. Toen ik hem een jaar later ontmoette, was dat ongeveer het eerste wat hij tegen me zei: ‘Jij was toch die vertaler die die fout had ontdekt?’ Ik was het zelf alweer bijna vergeten, maar hij duidelijk niet ;-).

(Maria) Je zou het misschien niet verwachten, maar bij heel populaire boeken komen soms extreme veiligheidsmaatregelen kijken om ervoor te zorgen dat het manuscript niet uitlekt. Als vertaler voel je je soms bijna een soort geheim agent met geheime e-mailadressen, codenamen, beveiligde links en manuscripten die op treinstations overhandigd worden. Gelukkig is dat niet bij elk boek het geval, want het levert ook veel stress op!


Ben jij een auteur/uitgeverij/vertaler/… en wil je ook eens, samen met jouw boek/project/bedrijf/…, in de spotlight staan? Neem dan gerust contact op via celinezoalszeis@hotmail.com of klik hier om het contactformulier in te vullen.

Volg mij op Facebook / Instagram / Bloglovin / Pinterest / Goodreads
Reageer met Facebook

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: